De Britten

facebooktwitterlinkedinby feather

Een Brits paar van achterin de dertig kwam naast ons zitten. Ze waren in het gezelschap van een jinetero, een onwaarschijnlijk gladde jongen die zich als “gids” over hen had ontfermd. Nu weet ik niet hoe het modebeeld in Engeland is, maar ik vraag mij toch altijd af waar ze die vale kreukelkleding vandaan halen, en dan vooral de vesten. Deze man had een snor en droeg zo’n kaki vest dat erg van pas komt als je in de Aziatische jungle op opstandelingen jaagt of deelneemt aan de wereldkampioenschappen vliegvissen. Maar niet op de Malecón in Havana. En verdomd, hij had ook zo’n afritsbroek aan en de broekspijpen op zijn hotelkamer achtergelaten. Zijn vrouw had een mosgroen shirt aan dat tot haar kin kwam, maar tot diep onder de armen was weggesneden, zodat het vlees in al haar witheid aan de wijde omgeving getoond werd.

Hij pakte zijn vrouw onzacht bij de arm en wees op mij.

‘Die man daar is een drugsdealer. Ik heb daar een oog voor.’

‘Misschien was het niet zo’n goed idee om hier te gaan zitten.’

‘Onzin, zo zie je tenminste hoe de echte Cubanen leven. Ik ben ook niet bang voor hem. Als hij straks drugs komt aanbieden moet je hem resoluut afwijzen, anders blijft hij aan je plakken.’

Zelfs in Cuba is het niet ongewoon om mensen tegen te komen die iets van Engels spreken. Ik bedoel, we hebben het wel over de eerste wereldtaal en niet over een ceremonieel Maya-dialect dat slechts door een handvol indianen wordt gesproken na het nuttigen van peyote-thee. Deze man scheen dat niet te beseffen. Op luide toon ging hij door: ‘Je ziet dat die man nog nooit in zijn leven gewerkt heeft. Terwijl ze hier uitstekende scholen hebben en de staat iedereen werk verschaft. Het is zonde van het straatbeeld. Ze zouden harder moeten optreden.’

‘Je hebt gelijk, Gareth. God, wat is het heet hier. Ik begrijp niet hoe de mensen het hier uithouden.’

‘Het gaat zo regenen. Het is maar goed dat jij de paraplu’s in je tas hebt gestopt zoals ik je heb gezegd.’

Bestel-nu

facebooktwitterlinkedinby feather
facebooktwitterlinkedinrssby feather

Voor een hotdog

facebooktwitterlinkedinby feather

Ik was net bezig met een succesvolle poging om mij geheel te ontspannen, van de wereld te raken zonder over de oorlogen in Afrika en de dreigende ecologische ramp in de benedenloop van de Gele Rivier te denken. Geritsel in de struiken brachten mij terug in de echte wereld.

‘Psss. Papi, hoe is het?’

Ik verroerde me niet. Meer geritsel. Een meisje van een jaar of zeventien, veel meer zou het niet zijn, kwam tevoorschijn. Een beeldschoon lichaam in een te strakke bikini. Het lukte me niet om mijn ogen af te wenden. Ze hurkte naast me neer.

‘Papi, hoe is het?’

‘Wat is er.’

‘Papi, hoe is het. Ik heb honger. De hele dag niet gegeten. Gisteren ook niet. Nauwelijks. Luister. Ik geef je een blowjob als je een hotdog voor me koopt bij el Rápido.’

‘Jezus. Laat me met rust.’

‘Papi…’

‘Ga weg.’

‘Papi, ik pijp je heel lekker. Hier achter. Je moet een hotdog voor me kopen. Ik heb honger.’

‘Wat kost een hotdog?’

’80 centavos.’

‘Jij wil me pijpen voor 80 centavos? Waar kom je vandaan?’

‘Ik heb honger. Erge honger. Uit Las Tunas. Ik heb hier niemand. De toeristen durven niet. Het is slecht de laatste tijd.’

‘Hou op. Dit kan niet waar zijn.’

‘Ik tril helemaal. Kijk. Van de honger.’

Ik graaide in mijn broekzak en haalde er wat munten uit.’

‘Hier. Koop een hotdog. Koop er twee. Het moet genoeg zijn. Het ga je goed. Ik laat me niet pijpen voor een hotdog.’

Ze zei niets terug. Ze nam het geld aan en streelde, heel even maar, over de rug van mijn hand en vertrok zoals ze gekomen was, stilletjes, schimmatig. Ze gaf me zelfs geen zoen. Die wijven hebben tegenwoordig moeite met intimiteit. Je redt ze van de hongerdood en een kusje, ho maar. Dat kan er dan weer niet van af.

Bestel-nu

facebooktwitterlinkedinby feather
facebooktwitterlinkedinrssby feather

Ochoa

facebooktwitterlinkedinby feather

Rond parque Maceo was een nieuw hek geplaatst. Kennelijk om de kerels die er ’s avonds op afkwamen om te masturberen op de babes die over de Malecón slenterden op een afstand te houden. Ze hadden het rigoreus aangepakt, zonder een stuk stoep voor voetgangers over te laten. Het tegemoetkomende verkeer toeterde uit alle macht toen ik van de Malecón naar San Lázaro liep. Zonder ook maar een halfslachtige poging te ondernemen om me te ontwijken. Op de hoek van Gervasio en Concordia werd ik begroet door Ismael, een simpele ziel die duiven fokte voor santería. Hij wilde een praatje maken maar ik verontschuldigde me en liep door naar het huis van Julia.

Ik schrok toen ik haar zag. Haar ogen waren dof geworden, alsof haar ziel op het spaarpitje stond. Ze omhelsde me zelfs. Normaal gaf ze me een zoen en sprong daarna als een idioot om me heen. Ik had soms het idee dat ze op stuiterballen liep.

‘Kom, zei ze. We moeten ergens alleen zijn.’

‘Ok, zei ik. We gaan naar het dakterras van Jaime.’

‘Kan niet. Hij heeft zijn huis verhuurd aan een stel Canadezen.’

‘We gaan naar de tuin van Nacional. Laten we een piña colada gaan drinken.’

Hotel Nacional, het meest statige hotel van Havana, lag op een lage rots en had een schitterende tuin waarvandaan je over de zee uitkeek. Ze serveerden er de beste piña coladas van de stad. Het was flink aan de prijs, maar je liet even de stof en smerigheid van de stad achter je en kon je met een beetje fantasie even wanen in het tijdperk voor de revolutie, toen de maffia een eeuwigdurend feest in de stad had aangericht. A moveable feast, zoals later bleek.

We gingen aan een tafeltje aan de rand van de tuin zitten. Julia wees naar de Malecón.

‘Daar is het gebeurd. Weet je nog dat ze jou arresteerden?’

Ik knikte.

‘Op precies dezelfde plek. Ze hebben me gepakt.’

‘Waarmee.’

‘Marihuana. Maar het is een leugen. Ik had niets bij me.’

‘Julia, cut the crap. Daar hoef je bij mij niet mee aan te komen. Vertel mij gewoon wat er echt is gebeurd.’

‘Het is de waarheid. Ik had niets bij me. Ik zat met een aantal anderen op de muur. Niemand had iets bij zich. Maar ze moesten ons hebben, ze waren speciaal voor ons gekomen.’

‘Maar dan is er toch niets aan de hand! Geen bewijs, geen straf. Waarom zeg je dan dat ze je met marijuana hebben gepakt?’

‘Ze hadden het bij zich. Ze hebben achttien joints voor m’n neus gehouden. Zeiden dat het van mij was, de leugenaars. Goed voor een jaar per stuk, zeggen ze.’

‘Lul niet. Dat is onmogelijk.’

‘Ze hebben me in de val laten lopen. Ik zweer het je. Het was ze om de anderen te doen. Waarom ze mij erbij moesten hebben is me een raadsel.’

‘Welke anderen?’

‘Herinner je de zaak Ochoa?’

Ik knikte. Ochoa was een extreem populaire generaal in de tijd van de oorlog in Angola. Zo populair dat hij een bedreiging voor Fidel begon te vormen. Omdat de oorlog veel te veel in de papieren ging lopen kreeg hij de opdracht om naar alternatieve financieringsbronnen te zoeken. Dat deed hij voortvarend. Eerst zette hij handelslijnen op voor de natuurlijke grondstoffen van Angola: goud en diamanten. Bloeddiamanten. Daarna maakte hij een lucratieve deal met de Colombiaanse kartels door Cuba als overslaghaven aan te bieden voor de smokkel van cocaïne naar de Verenigde Staten. Er is geen hond die gelooft dat Fidel daar niets van af heeft geweten. Maar goed, om van Ochoa af te komen liet hij hem “betrappen” en ter plekke executeren. Er is ook niemand die gelooft dat deze miljoenenbusiness daarmee tot een einde was gekomen.

Bestel-nu

facebooktwitterlinkedinby feather
facebooktwitterlinkedinrssby feather

Reparto Nautico

facebooktwitterlinkedinby feather

We liepen Reparto Náutico binnen. Aan het einde was het strand. Of wat daar voor door mocht gaan. Het was niet bepaald een gedroomde filmlocatie voor zo’n nieuw tropisch drankje waarvan de chemische industrie er in de Westerse wereld jaarlijks een aantal op de markt brengt. Er lag wat gelig zand, maar het werd aan het oog onttrokken door met een slijmlaag bedekte stenen en aangespoeld afval. Maar goed, we hadden een kwartier in de bus gezeten om op het strand te liggen, dus op het strand liggen zouden we. Er waren maar vier of vijf andere badgasten, dus we hoefden geen strijd te voeren over een plek om onze handdoeken neer te leggen. Een stuk verderop klonk hysterisch geschreeuw. Een vrouw probeerde haar zoontje van een jaar of acht ertoe te bewegen om van een rots af te duiken. Een behoorlijk hoge rots. Hij was duidelijk doodsbenauwd. Maar zijn moeder hield vol. Ze vond het kennelijk heel belangrijk.

‘Spring of ik smijt je er in!’

Het jochie stond te trillen op zijn benen. Hij was de situatie zorgvuldig aan het afwegen. Ik had er geen cent voor gegeven dat hij droog zou blijven. Het zag er slecht voor hem uit.

‘Spring. Mietje. Hoe wil jij ooit een man worden? Je vader is een lafaard, dus je hebt een genetisch nadeel. Ha! Daar ga ik een stokje voor steken. Ik baar geen homo’s. Oh nee. Je springt nu of ik smijt je zo hard naar beneden dat je zelf maar moet zien hoe je met je gebroken pootjes aan de kant komt.’

Ik vroeg me af of ik me er mee moest gaan bemoeien. Maar daar had ik helemaal geen zin in. Ik heb helemaal geen verstand van opvoeden.

‘Als je nu niet springt gooi ik je midden in zee. Waar de haaien zijn. Ik heb er genoeg van. Nu ga je.’

Ze maakte aanstalten om hem op te pakken. Hij wachtte dat niet af en sprong achterwaarts van de rots. Hij kwam op zijn rug in het water terecht. Achteraf viel het mee. Het ergste was voorbij. Hij riep vanaf het water naar zijn moeder.

‘Mami, ik heb het gedaan! Ik heb het gedaan!’

‘Goed, en kom nu uit het water en spring nog een keer. En nog een keer. Daarna gaan we naar de hondengevechten.’

Ik wilde niet weten wat ze daarmee bedoelde. Maar het stond vast dat ze een man van hem zou maken. Ondertussen had ik een kurkdroge keel gekregen.

‘Jorge. Ik heb dorst. Waar zit hier een Cupet of een cafetaria waar ik bier kan kopen?’

‘Hier achter, bij de tennisclub. Ik loop wel met je mee.’

Jorge was wel een geschikte gozer. Hij had net als Elisa een professionele dansopleiding gevolgd en er nooit iets mee gedaan. Maar hij verdiende goud geld met het opnieuw stofferen van oude banken. Geloof me maar dat daar een markt voor is in Havana. Ik heb in ieder geval nog nooit een winkel gezien waar je nieuw meubilair kan kopen. Er was een tweede reden waarom ik hem mocht. Hij rookte de hele dag door marihuana. En die kocht hij bij Julia. Waardoor ze niet al te vaak aan mijn kop zeurde om geld. Eigenlijk deed ze dat vrijwel nooit. Behalve als ze weer eens nieuwe schoenen nodig had. God, wat versleet ze een hoop schoenen. Dat gescharrel door de stad, het had iets dierlijks. Als er een God bestond had hij haar hoeven moeten geven.

Bestel-nu

facebooktwitterlinkedinby feather
facebooktwitterlinkedinrssby feather

De filmregisseur

facebooktwitterlinkedinby feather

Toen de liftdeur openging op onze verdieping gaf God ons het zoveelste Teken dat dit een onvergetelijke avond ging worden. In de hal lag een man op de grond. Met z’n vieren gingen we er omheen staan, een beetje lullig. Het was een dikke vent van een jaar of vijftig. Zijn overhemd hing voor de helft uit zijn broek.

‘Hij is dood’, zei Sulema. ‘Laten we maar aftaaien. Dit is onze avond niet. Straks krijgen we hier ook al de schuld van.’

‘Ik weet niet, maar dat ei van jou brengt nou niet direct geluk. Normaal gaan mensen niet zomaar dood in onze hal.’

Ze keek me boos aan. Dat deed ze leuk, dat boos kijken.

Orlando boog zich over de man heen en voelde zijn pols. Hij begon te lachen. Op zijn karakteristieke manier, als een cartoonfiguur.

‘Deze man is niet dood. Hij is knetterlam. Hij ruikt naar rum. En niet zomaar een beetje. Als ze gaan testen hoeveel alcohol er in zijn bloed zit dan brandt de meetapparatuur door. Onvoorstelbaar. Dit is echt geen amateur. Wat een held, dat hij nog zo ver is gekomen.’

Ik voelde aan zijn hals. Zijn hartslag was in orde. Geen enkele reden om de begrafenisondernemer uit zijn bed te bellen.

‘Laten we kijken wie hij is. Misschien kunnen we zijn familie bellen.’

Uit zijn zak haalde ik een portefeuille. Ik sloeg het open. Er zat zeker duizend dollar in. De meisjes kwamen dichterbij. Hun idee om op te rotten leek te zijn verdwenen. Ik gebaarde dat het niet om het geld ging. Ze hielden zich rustig. Tussen een stapel bankpasjes vond ik een identiteitskaart. Enrique Vargas Sánchez uit Venezuela. In een ander vakje zat een passepartout voor het filmfestival van Havana.

‘Ik heb over deze man gelezen’ zei Orlando. ‘Hij is filmregisseur. Zijn film was de opening van het festival.’

Hij ging verbazingwekkend snel en soepel met zijn handen door de zakken van de man. Hij haalde er een busje uit. ‘Wat is dit?’ vroeg hij.

‘Pepperspray. Verdomme, hou dat niet bij mijn gezicht. En leg het weg, straks wordt die man wakker en spuit hij het op ons leeg.’

Ik keek verder in de portefeuille en vond een paar visitekaartjes. Onder andere van Eliana Galeano Rivera – Su Hogar en La Habana. Ik keek naar het adres. ‘Dat is hier in het gebouw, aan de andere kant. Op 24B.’

‘We moeten hem er maar naartoe slepen. Kut, de lift van B doet het niet. We moeten over het dak.’

Dat was geen prettige constatering. Ons flatgebouw bestond uit twee woontorens, die vijf meter van elkaar af stonden. Ze waren onderling verbonden door betonnen balken van zo’n halve meter dikte. Beide woontorens hadden een eigen lift. Aangezien het nogal eens voorkwam dat een van de liften stuk was moest je met de trap omhoog. Of omlaag. Omdat het minder inspanning kostte om van het dak – de 26e verdieping – twee verdiepingen omlaag te lopen, namen we doorgaans de lift van de andere woontoren naar het dak, liepen over zo’n dwarsbalk naar de onze en namen de trap naar beneden. Fluitje van een cent, al mocht er niet meer dan je licht briesje waaien en moest je de verleiding weerstaan om naar beneden te kijken. Vijfenzeventig meter is hoog, geloof me maar. En ook al is een balk van vijftig centimeter breed genoeg om niet vanaf te donderen, het zal je maar overkomen dat je toch de afgrond inkijkt en plots niet verder durft. Of wilt. In zo’n situatie kunnen je gedachten behoorlijk op hol slaan en je aanmoedigen tot dingen die je beter kan doen.

‘Ik weet niet of dat zo verstandig is. Het lijkt mij voor ieders gezondheid beter om te wachten totdat hij weer bij z’n positieven is gekomen. Ik zie het al gebeuren dat hij net op de brug wakker wordt en zich rot schrikt. Eén beweging van hem en je moeder kan kwantumkorting bij het mortuarium bedingen.’

‘Deze jongen wordt voorlopig niet wakker. Dat kan nog heel lang duren. Onze avond ligt dan in ieder geval in gruzelementen. En wat denk je wat er gebeurt als een buurvrouw hem zo aantreft? Als die de politie belt, en dat doen ze allemaal, dan hebben we serieus wat om ons zorgen over te maken. Het is wel voor ONZE deur dat hij in elkaar is gezakt. Als de politie erbij komt wordt er een onderzoek ingesteld en worden wij ondertussen in bewaring gesteld. Vier, vijf dagen… als we geluk hebben. Het huis wordt overhoop gehaald door boeren uit de provincie, lui met snorren en een slecht zittend uniform. Ze pluizen alles na, alles wat op jou en mij betrekking heeft. Het leven dat we kenden is dan verleden tijd. Geen optie dus.’

‘Kunnen we hem niet een paar verdiepingen lager neerkeilen?’

‘Hij moet over het dak. En wel nu. Einde discussie. Doe jij eens lief tegen de meisjes. Ik bel Eliana om te checken of hij inderdaad een kamer bij haar heeft gehuurd.’

Onze nieuwe vriendinnen hadden al een tijd geen woord gezegd. Ze stonden erbij alsof ze hun brein even in alfa-modus hadden geschakeld. Het maakte me nerveus. Als ik hen was geweest was ik al lang afgetaaid. Maar ik wilde ze niet kwijt. Voorlopig niet althans. Ik probeerde ze gerust te stellen, zonder dat ik wist of dat nodig was of dat het me zou lukken.

‘Hey, dit is zo geregeld. En ik zie deze man er wel voor aan dat hij lichtgevende eieren aanschaft. Ik heb daar een sensor voor. Bovendien kan hij het betalen.’

De meisjes keken elkaar aan en toen naar mij. Ze zwegen. Ik kon er weinig mee, maar het leek er op dat het wel goed zat. God, wat had ik zin om te neuken. Misschien wel met allebei tegelijk. Maar eerst moest ik koorddansen met een bewusteloze filmregisseur. Alles op zijn tijd. Eén ding was zeker: het was wederom gelukt om een saaie avond te vermijden. Wat heb ik daar een talent voor. Jammer dat het geen toegevoegde waarde heeft voor mijn curiculum vitae.

Orlando kwam naar buiten. ‘Ivo, haal de lift. We gaan naar Eliana.’

‘Wacht even. Dit is idioot. We moeten dit goed aanpakken. Ik ga hem in ieder geval niet op 75 meter hoogte over een balk dragen. Kunnen we niet een soort kabelsysteem aanleggen? Ik bedoel, je hebt toch wel ergens een stuk touw en wat wasknijpers liggen?’

‘Niet zeuren. Het is maar een paar meter. Jezus, wat kan jij zeuren. Je kan wel zien dat jij niet met Fidel in de bergen hebt gevochten.’

De lift was gearriveerd. Ik pakte de polsen van de kerel en sleepte hem naar binnen. Orlando hielp mee door zijn voet op de heup van onze patiënt te zetten en zich met de andere voet af te zetten. Alsof hij aan het skateboarden was. Wat een gebrek aan respect. Je zou vergeten dat het een geweldige vent was. De meisjes schuifelden de lift in. Orlando drukte op de knop van de bovenste verdieping. De liftdeuren sloten zich met een hoop lawaai. Hoewel de haperingen van de vijftig jaar oude lift een constante bron van ergernis was hoopte ik nu vurig dat hij er nu mee zou kappen. Maar nee, hij had er vandaag zin in en trok ons met gemak naar boven. De muzikale fruitmand in mijn hoofd liet Miles Davis een paar noten blazen van l’Ascenseur pour l’Échafaud.

Ik keek naar Sulema. ‘Dit is wel het ultieme moment om er achter te komen of dat ei van jou geluk brengt.’

Ze zei niets terug en versterkte de greep op haar tas terwijl ze stuurs voor zich uit staarde. Julia leek wakker te worden. ‘Heb je op het dak een beetje uitzicht over de stad?’

‘Dat kan je wel zeggen. Marina Hemingway ligt aan je voeten. Je kunt Alamar zien liggen.’

‘En Miami?’

‘God, nee. Miami kun je niet zien liggen. Het is hoog, maar je moet niet overdrijven. Maar als je met een gemotoriseerde hangglider naar beneden springt heb je een goede kans dat je ontbijt op Ocean Drive.’

Dat antwoord leek haar te bevallen. Ze was vast van plan om het uit te proberen. Als ik er maar niet voor op zou draaien.

We sleepten de man de trap op naar het dak. Of beter gezegd, we droegen hem. Als het aan Orlando had gelegen hadden we hem gesleept. Ik bereidde me er op voor dat hij – als het oorspronkelijke plan onuitvoerbaar zou blijken – zou voorstellen om hem van het dak te kieperen. Wat zou ik dan zeggen? “Nee, joh, dat doe je toch niet?” leek me erg vreemd klinken.

Boven aangekomen legde ik mijn helft van het lichaam op de grond. Orlando maakte aanstalten om hem verder te slepen.

‘Ho. Wacht even. Neem even de tijd. Even kijken hoe we het aan gaan pakken.

Niet dat de informatie als donderslag bij heldere hemel bij mij insloeg, maar het was echt afgrijselijk hoog. Een paar jaar geleden was hier een meisje vanaf gevallen. Ze was tijdens een feestje op de 21e verdieping naar boven gegaan om met een paar anderen een joint te roken. Ergens deed ze een stap naar links die naar rechts had moeten zijn. Ze was letterlijk uit elkaar gespat. Ik probeerde er niet aan te denken. De dwarsbalk die als loopbrug diende zag er allesbehalve uitnodigend uit. Normaal waren het zes, zeven stappen. Misschien acht. Met de benen van een bewusteloze filmregisseur in je handen een stuk meer. Als er ooit een moment was waarin ik me bewust was van het nut van evenwicht dan was dit het wel. Een collectief evenwicht bovendien, want we moesten het met z’n drieën doen.

Julia had een plan. ‘Ivo, als jij eerst gaat en we een koord om zijn middel binden, dan kan je hem er overheen trekken. Wij duwen wel mee. Met een bezemsteel. Zo kunnen we hem in balans houden.’

‘Goed plan. Heb jij soms een koord bij je?’

Ze wees op Sulema, die enige daadkracht toonde door haar tas te openen en er een koord uit op te dissen. Een gordijnkoord zo te zien. Tja, als je de straat opgaat met een enorm lichtgevend ei mag dat natuurlijk niet ontbreken. Je weet nooit of het nog van pas kan komen. Ik was benieuwd wat ze nog meer in haar tas verborgen hield. De materiaalman van een middelgroot dorpscircus had haar vast niet kunnen overtreffen.

Orlando greep in. ‘Pak zijn benen. Ik pak zijn armen. Julia, ga naar de overkant. Ik moet achteruitlopen en kan met die vent in m’n handen slecht zien waar ik loop. Jij moet dus aanwijzingen geven. Wacht eens. Wat is links?’

Ze wees naar rechts.

‘Dat werkt dus niet. Ok… zeg maar richting zee of landinwaarts.’

Bestel-nu

facebooktwitterlinkedinby feather
facebooktwitterlinkedinrssby feather

Foute Boel

facebooktwitterlinkedinby feather

De tent was bijna leeg. Achterin stonden een paar kerels en vier vrouwen met een fles rum. Ze verspreidden een penetrante zweetlucht. Ik was wel wat gewend, maar dit deed alle zintuigen op hol slaan.  De grootste, een gespierde vent met een enorm litteken in zijn hals, kwam op me af. Hij droeg een veel te groot wit t-shirt over een bruinige spijkerbroek en had een raar blauw petje op. De anderen volgden hem en kwamen om mij heen staan.

Hij deed zijn mond open en toonde een indrukwekkende rij gouden tanden. Grote tanden, alsof hij ze van een paard had gejat.

‘Que vola asere…?’

‘Que vola asere…?’

Hij bleef me aankijken met een idiote grijs op zijn kop.

‘Que vola asere…?’

Op een woensdagavond, in het centrum van Havana, is het niet verstandig om in zo’n bar te zitten, zoals ik op dat moment: iets te dik, iets te wit, te goed gekleed en overduidelijk met geld op zak. Maar mijn gezelschap was niet erg overtuigend. Ze roken naar marihuana en urine.

‘Que vola asere…?’

Zijn vriendin begon zich ermee te bemoeien. Ze had omhoog gekamd kroeshaar met een groen strikje om de basis. Ze begon met dreigende stem een verhaal. Haar gezicht verstrakte zodanig dat de contouren van haar schedel zich blootgaven. Alleen verstond ik er geen ruk van. Haar stem klonk alsof het op tape was opgenomen en omgekeerd werd afgespeeld. Ik had werkelijk geen flauw benul waar zij het over had.

‘Ja, daar zit je dan, op zo’n stomme planeet’ zei ik. ‘Probeer er dan nog maar iets van te maken.’

Het petje borg zijn goudvoorraad weer op en liep zwijgzaam terug naar de hoek waar hij vandaan kwam. Zijn vrienden schoven achter hem aan. Het leek wel alsof ze met een touw aan hem vastzaten.

Bestel-nu

facebooktwitterlinkedinby feather
facebooktwitterlinkedinrssby feather

Svetlana

facebooktwitterlinkedinby feather

Na al die jaren was ze eraan gewend geraakt dat men haar in Havana Svetlana noemde. Zoals Spanjaarden standaard Pepe worden genoemd zijn Russinnen nu eenmaal al gauw een Svetlana. Haar doopnaam was in dit werelddeel bovendien moeilijk uit te spreken en betekende in haar eigen taal zoiets als “groene appeltjes”, hetgeen enigszins verhulde dat door haar toedoen, kort voor haar overplaatsing naar Havana in 1984, het damesteam van de Wit-Russische worstelbond flink was uitgedund. Zelf verklaarde ze dat dit was te wijten aan de tweedagelijkse cocktails van experimentele steroïden en andere rotzooi, die een gebied van haar hersenen hadden geactiveerd, waar de neurologie tot dan toe weliswaar geen enkele betekenis aan had toegedicht, maar in dit droevige geval toch elk van de 268 ponden van haar prijswinnende lichaam had doordrongen met een onverklaarbare, onstuitbare agressie die zonder aanzien des persoons in stelling werd gebracht.

‘De faciliteiten zijn er wel, maar de Cubaanse atleten tonen onvoldoende inzet.’, was haar stellige mening sinds zij als technisch adviseuse bij de nationale worstelbond was aangesteld. Cuba kon bogen op bovengemiddelde prestaties van haar sporters op alle internationale toernooien, maar het Vrij Worstelen voor Dames was een zwakke plek op het blazoen. Een zekere schroom bij de hiervoor in aanmerking komende atletes om door Svetlana onder handen te worden genomen zou hier zijdelings een rol in hebben kunnen gespeeld.

We zaten in de schaduw op een pleintje in la Víbora. Svetlana, María en ik. We wachtten op Daniël, een joodse travestiet met smetvrees die hier in de buurt woonde en het eigenlijk vertikte om op een donderdag zijn huis uit te komen wegens “verhoogde concentraties bacillen”. Pas nadat we hem over de telefoon hadden wijsgemaakt dat dit een schrikkeljaar was en dat de zaken daardoor anders lagen liet hij zich overhalen om zich, onder voorwaarden, bij ons te voegen.

Bestel-nu

facebooktwitterlinkedinby feather
facebooktwitterlinkedinrssby feather

Tienes Fósforo?

facebooktwitterlinkedinby feather

‘Tienes fosforo?’ Ze zei het bijna terloops, haar stem als smeulend asterhout. De wind was gaan liggen. De zee koelde af onder de nevelige zon. Ergens verderop bulderde een archaïsch kermisapparaat. Getergde kinderen smeten een gewonnen beer tegen de rotsen. Meeuwen, pelikanen en ander perifeer gevogelte pauzeerden in hun vlucht. Alles gleed van me af, het moment van ontcijfering verviel, huiverend viel ik ten prooi aan deze laatste deja-vu. Alles sloot ineen, de kleuren werden bestemder, meedogenloos zichzelf. Niets zou meer zeker zijn. De nachten zouden laveren tussen afgrond en onoverwinnelijkheid. De dagen onbepaald, iedere ochtend zou ik moment aan moment kneden, smeden, zonder ook maar een ogenblik uit mijn handen te verliezen. Ik huilde, perste de laatste geïsoleerde herinneringen uit mijn skelet. Ze pakte mijn handen, niet als gebaar maar uit noodzaak. De eindeloze zomer, de zomer van mijn wormstekige gedachten liep ten einde. Tezeer ten einde.

facebooktwitterlinkedinby feather
facebooktwitterlinkedinrssby feather